Het is woensdagmiddag, half drie. Lokaal 114 van csg Liudger Burgum stroomt langzaam vol. Bij de deur staat Wilco Lindeboom. Sommige leerlingen van klas 3 havo-/vwo-meertalig krijgen bij binnenkomst een high five van de geschiedenisdocent. Geschiedenis in het Fries staat op het rooster. Het onderwerp? De Eerste Wereldoorlog.
De instructie duurt niet lang. De kinderen hebben namelijk al eerder aan de opdracht gewerkt: een krant maken met zes artikelen over de Eerste Wereldoorlog. “De lezer moet straks wel terug kunnen vinden waar je de informatie hebt weggehaald,” zo begint Lindeboom. “En dus moeten de bronnen worden genoemd en dat moet op een speciale manier.” De docent tipt de leerlingen op www.scribbr.nl. “Daar kunnen jullie de bronnengenerator vinden.” Superhandig. Even de link van internet of de naam van het boek in de generator zetten en prrrrt, daar komt de bron volgens de officiële APA-referentiestijl tevoorschijn. Op het digibord laat Lindeboom de leerlingen zien hoe het moet. “In deze les moet je voor het einde van de les in ieder geval één bron volgens de APA-stijl naar mij toesturen. En verder kunnen jullie verder werken aan de krant.” De klas gaat uit elkaar. Sommigen werken op de gang, anderen in de klas.
Een Friestalige invaldocent
Wilco Lindeboom geeft voor het derde jaar les op csg Liudger Burgum. “In november 2023 begon ik hier als invalkracht.” Hij was net klaar met zijn studie geschiedenis bij NHL Stenden en met zijn vriendin op reis in Zuid-Oost-Azië. “Het was de laatste dag dat wij in Vietnam waren en ook bijna tijd om terug naar Nederland.” Hij weet het nog goed. “Met de bus onderweg naar Laos zat mijn vriendin wat op vacaturesites te kijken.” ‘Ze zoeken een Friestalige invaldocent voor geschiedenis op csg Liudger Burgum,’ zei ze. Alsof het voor mij gemaakt was. Ik heb meteen mijn cv opgestuurd.”Een dag later kwam het antwoord. “Ze wilden graag praten.” Wat een geluk dat ze in Laos sinds vijf jaar internet hadden, “zo kon het sollicitatiegesprek via Teams plaatsvinden.” Lang verhaal kort: Lindeboom werd aangenomen en kon bijna het hele schooljaar aan de slag. “Een jaar later werd ik weer opgebeld. Of ik terug wilde komen. De docente geschiedenis had besloten afscheid te nemen.” Zo kwam hij weer terug op deze school. “Het voelde onmiddellijk vertrouwd.”
Uitdaging
Geschiedenis in het Fries geven blijft een uitdaging. “Praten gaat best, maar schrijven is wel wat anders.” Wat een geluk dat zijn collega’s Fries zijn PowerPoints en opdrachten na willen kijken. “Een uitkomst is ook www.frysker.nl, de site die dient als woordenboek, vertaler en evaluatie.” Hij zal ook op cursus om zijn Fries omhoog te krikken. “Het is niet zo dat alle slides meteen Friestalig op het digibord komen, hoor. In klas 1 begin ik met Nederlandstalige slides terwijl ik tegelijk in het Fries spreek. Zo kunnen Nederlandstalige kinderen altijd terugvallen op wat er op het digibord staat.” Vorig jaar had Lindeboom twee Eritrese meisjes in de klas. “Met de school was afgesproken dat ze de toetsen in het Nederlands mochten maken. In het derde jaar had ik ze weer. ‘Volgens mij kunnen jullie de toetsen nu ook wel in het Fries maken,’ zei ik. Nou, dat vonden ze zelf ook wel. En zo kreeg ik de antwoorden in het Fries binnen. De resultaten waren prima!”
Ondergeschoven kind
Lindeboom gebruikt voor zijn lessen de Nederlandstalige geschiedenismethode Memo, die ook in het Fries is vertaald. “Je ziet dat de methodemakers de lesteksten in klas 1 en 2 bewust korter hebben gehouden dan in de Nederlandstalige versie. Dat is taaltechnisch een goede stap. Inhoudelijk vind ik het nu wel vaak te kort door de bocht en dat is echt jammer. Pas in klas 3 worden de lengtes van de teksten weer recht getrokken.” Een ander pijnpuntje is dat de regionale geschiedenis niet aan bod komt in deze methode, terwijl zijn eigen interesse daar wel erg ligt. Het gebruik van het Fries nodigt daar ook wel toe uit.” Als het even kan, gebruik ik graag de fantastische filmpjes van acteur Freark Smink over de Friese canon. Maar regionale geschiedenis blijft een ondergeschoven kindje; in de praktijk kom je daar bijna niet aan toe. De leerlingen krijgen in klas 1 en 2 maar een half jaar geschiedenis en dan twee uur per week.”
Voor de regionale geschiedenis was er bij zijn opleiding in Leeuwarden ook amper aandacht. “Alleen in de stad zelf hebben we enkele malen een excursie gedaan.” Hij snapt het deels ook wel. “De opleiding trekt studenten uit heel Nederland.” Tegelijkertijd weet hij dat de leerlingen meteen aangaan als het over geschiedenis uit hun dorp of streek gaat. “In de praktijk is de regionale geschiedenis immers altijd verbonden met de wereld.” Hij glimlacht. “Tegelijk, als het om onderwerpen achter Leeuwarden of Dokkum gaat, is het voor deze doelgroep al bijna te ver weg.”
Reacties van leerlingen
Anne Ruth: “Ik heb bewust voor meertalig gekozen, dat leek mij leuk. En bij geschiedenis kun je nu ook meer Friese woorden leren.”
Eline: “Ik vind het wel fijn dat geschiedenis in het Fries wordt gegeven. Het is mijn moedertaal en dan snap je het heel goed.”
Marije: “Er zijn niet zoveel vakken waar wij Fries kunnen spreken. Ik vind het daarom fijn. Ik ben er ook aan gewend. En als ik een woord niet ken, dan gebruik ik www.frysker.nl.”
Amelie: “Ik vind het wel leuk, dan heb je een extra taal. Daar leer je veel van.”
Lieke: “Amelie vroeg of ik ook meertalig wilde doen. Die meertaligheid maakt me niets uit. De sfeer is hier gewoon leuker.”
Jouke Wytse: “Bij geschiedenis worden wel moeilijke nieuwe Friese woorden gebruikt. Zeg maar Fries. In Noardburgum kreeg ik op de basisschool helemaal geen les over het Fries. Hier legt Lindeboom het twee keer in het Fries uit. Als sommigen het dan nog niet snappen, doet hij het in het Nederlands.”
Auteur en fotografie: Gerbrich van der Meer