Toen Eke Folkerts in 2023 gedeputeerde werd voor BBB, hoopte ze ook portefeuillehouder te worden van Taal en taalonderwijs. Omdat ze zo van taal houdt. Die liefde ontstond al in haar jonge jaren, op het eilanddorp Urk.
“Soms denk ik weleens, waren er maar beelden van mijn eerste week op de kleuterschool op Urk. In het schoolrapport dat uit Birdaard meekwam stond nog: ‘Eke praat alleen Fries.’ En daar zat ik dan plotseling als vijfjarige peuter tussen kinderen die alleen maar Urkers kenden. De juf sprak Nederlands en functioneerde als een soort intermediair tussen ons. Binnen een week was het klaar, vertelde mijn vader later. Toen verstond ik het Urkers net zo goed als het Nederlands en het Fries.”
Een kleine Friese enclave
Die jonge jaren in het buitenland zijn bepalend geweest voor Eke Folkerts haar liefde voor taal. “Mijn vader was schoolmeester. Omdat er in de jaren negentig van de vorige eeuw nauwelijks werk was, kwam mijn vader op Urk te staan. En hij was niet de enige. Er kwamen meer Friese schoolmeesters naar het dorp.” In die kleine Friese enclave groeide Folkerts op. ” Het was een soort van familie. We zeiden oom en tante tegen al die meesters en juffen.”
Lenig
Op Urk sprak de familie Folkerts thuis Fries, Omrop Fryslân was de vertrouwde radiozender in huis. Maar dat had zomaar anders kunnen lopen. Het gezin had namelijk van het doveninstituut het advies gekregen om thuis Nederlands te praten. “Mijn jongste broer had in zijn eerste jaren niets gehoord door vocht achter de trommelvliezen. Hij had daardoor een forse taalachterstand opgebouwd.” Nederlands spreken, lukte uiteindelijk alleen maar met Thomas. “Maar toen hij veertien was, had hij er genoeg van. Thomas wilde ook in het Fries aangesproken worden.” Het instituutsadvies is nu volledig achterhaald. Folkerts weet zelfs hoe lenig je in talen wordt als je meerdere talen om je heen hoort.
Verbonden met taal
Taal is voor Folkerts o zo verbonden met identiteit: “Ik vond het fantastisch om mee te maken hoe Urkers zich Urker voelen. Daar ging ik op aan.” Ze lacht. “Toen wij op een gegeven ogenblik op school het Urker volkslied leerden, ging ik thuis meteen op zoek naar het Friese volkslied. De Urkers snapten ook wel dat we met elkaar in het Fries spraken. Nu weet ik dat veel meer mensen die verbinding met taal voelen. Op muziekfestival Zwarte cross komen ook allemaal dialecten voorbij. Dat voelt dan zó thuis voor mij.”
Vooral heel normaal
Blij was ze dus toen ze als gedeputeerde Taal en taalonderwijs in haar portefeuille kreeg. “Tegelijk was die wereld een grote uitdaging voor mij. Komend uit een landbouwbubbel had dit zo’n andere dynamiek. Denk aan de complexiteit van meertaligheid, de stigma’s die er omheen zitten, Fries in de rechtspraak en natuurlijk Fries in het onderwijs.” Ze glimlacht. “De ambtenaren hebben me in dat eerste jaar staande gehouden.” Het was voor Folkerts ook een openbaring dat er in zoveel Europese regio’s sprake is van een meertalige situatie. “Meertaligheid is vooral heel normaal. Het bijzondere is ook dat de dynamiek in deze regio’s hetzelfde is: een overheerser die in het verleden zijn taal oplegde, terwijl er thuis een andere taal werd gesproken. Denk maar aan het Engels en het Gaelic. Ook het achterhaalde idee dat meertaligheid kinderen tekortdoet in plaats van rijkdom geeft, vind je overal terug.”
Rode hongersnood
Onlangs las ze het boek Rode hongersnood van historicus Anne Applebaum waarin taal een grote rol speelt. “Stalin wilde in de jaren twintig van de vorige eeuw een groot deel van de Oekraïense bevolking vervangen door Russischsprekende boeren om zo een buffer te creëren tussen de Sovjet-Unie en Europa.” De bevolking kwam echter in opstand. “Toen verstopte hij de toevoer van voedsel en exporteerde alle graan die in dit land werd geproduceerd. Zodoende kwam er een grote hongersnood; een vreselijke gebeurtenis. In het boek wordt beschreven hoe Oekraïens een verboden taal werd.” En dan zie je hoe belangrijk een eigen taal is. De mensen verstopten boeken om het toch maar te kunnen lezen. Een heel intens boek.”
Socialer, slimmer en meer wereldburger
Voor Folkerts is goed taalonderwijs een belangrijke voorwaarde om verderop te komen. “Als je in het onderwijs direct laat zien dat het Fries er mag zijn, is dat goed voor de kinderen, de mensen die ze later worden én voor de taal.” Haar ambitie is dan ook om in 2030 zoveel mogelijk Taalryk-scholen in de provincie te hebben. “Ik geloof dat kinderen socialer, slimmer en meer wereldburger worden door een rijker taal- en cultuuraanbod.”
Verbinding
Dat taal alles met het hart en verbinding te maken heeft, ondervond ze enige tijd geleden zelfs nog op het Duitse eiland Helgoland bij een interfriese ontmoeting. “De interfriese kerkdienst werd afgesloten met het gebed Us heit. De eeuwenoude tekst werd op hetzelfde moment uitgesproken in het Westerlauwers Fries, in het Saterfries, in het Platduits, in het Noordfries en zelfs in het Hindeloopers. Dat deed me echt iets. Heel bijzonder om mee te maken.”
Auteur: Gerbrich van der Meer
Foto: Provincie Fryslân