Het vak Friese taal en cultuur stond regelmatig om kwart over acht ’s ochtends op het rooster. Of juist helemaal aan het einde van de week. En toch, Lysanne Faber (16) ging ervoor. De leerlinge van CSG Anna Maria van Schurman in Franeker wilde en zou het eindexamen Fries halen. En dat lukte. De haviste heeft de smaak te pakken. Haar profielwerkstuk (PWS) gaat over meertaligheid.
Veel klasgenoten wisten niet eens dat ik Friestalig was, glimlacht Lysanne. “Ik ben ook gewend om over te gaan op het Nederlands, ook met mijn vrienden.” Dat heeft zeker met de basisschool te maken. “In Franeker zijn de basisscholen heel Nederlands van karakter. Ik heb daar eigenlijk nooit Fries gesproken.” Nog altijd begint ze op school vaak in het Nederlands, “zelfs al weet ik dat de leraren Friestalig zijn.” Maar er is één verschil: “Ik ben me er nu veel meer bewust van.”
Vertrouwd
Lysanne komt uit Franeker en is meertalig opgegroeid. ,,Mijn moeder spreekt Fries, mijn vader Nederlands.” Het Franekers is haar ook vertrouwd. ,,Us beppe Ria Bakker is een Franeker. Ze heeft echter met opa Durk haar leven lang op een boerderij in Achlum gewoond. Dus oma spreekt Fries met mij, net als opa Dirk.”
Lysanne voelt zich vertrouwd bij opa en oma. ,,Ze wonen nu ook in Franeker. Ik wip er vaak even aan.” Van haar neven en nichten is Lysanne bijna de enige die Fries met hen spreekt. ,,Ik hoef me daar niet aan te passen, maar kan gewoon mezelf zijn. Daarom voel ik me er ook zo thuis.”
Woordenboeken en grammaticaboeken
Na een lang boerenleven heeft opa het nu vooral druk met het schrijven van stukjes voor het buurtblad of het kerkblad van de mennisten. ,,Hij schrijft dan bijvoorbeeld over zijn fietsvakanties in binnen- en buitenland.” Haar opa schrijft heel bewust in het Fries. ,,Dat heeft hij zichzelf aangeleerd.” Bij de Bakkers liggen de Friese woordenboeken en grammaticaboekjes dan ook steevast op tafel. Lysanne maakte er de afgelopen jaren handig gebruik van als ze een opdracht had voor het vak Friese taal en cultuur in klas 1 en 2.
Opa zijn interesse voor het Fries sloeg op Lysanne over. Dus toen de decaan aangaf dat Fries in de vierde klas ook kon worden gekozen als extra examenvak, wist Lysanne het wel. Zij ging voor Fries.
Hoger tempo
En zo zat Lysanne, na twee jaar Fries te hebben gehad, na de zomervakantie ineens met twee jongens bij docente Idske Bangma. Bangma: ,,Ze was zo gemotiveerd en leergierig dat ik dacht, je kunt het vak misschien wel in een hoger tempo doen.” Daar had Lysanne wel oren naar. Als ze in het vierde jaar al een examenvak had gedaan, maakte dat het examen het jaar daarop minder spannend en dan had ze meteen ook compensatie, want ze wist: scheikunde wordt moeilijk.
Door veel jeugdliteratuur te lezen ging het schrijven en lezen van Lysanne met sprongen vooruit. Aan haar interesse voor Friese geschiedenis en Friese cultuur, – ,,zo bijzonder hoe het Fries ontstaan is,” – kon de docente echter niet helemaal voldoen. Bangma: ,,We hebben erg met woordenschat, taal- en leesbegrip gewerkt en dat heeft alles te maken met de eindtermen die op dit moment nog gelden. Gelukkig komt er met de nieuwe kerndoelen en eindtermen veel meer ruimte voor cultuuronderzoek en geschiedenis.”
PWS
Met een mooi cijfer kon Lysanne haar examen afsluiten. Dat smaakte naar meer. En zo wordt meertaligheid het onderwerp van haar PWS. ,,Wat de centrale vraag is? Ik ben meertalig opgevoed en ik vraag me af of dit ook helpt om andere talen te leren. Ik ben best wel goed in Engels. Zou dat daarmee te maken hebben? Daar wil ik onderzoek naar doen.”
Als Lysanne dit jaar klaar is met haar havo, gaat ze naar Groningen. ,,Op dit moment denk ik aan de studie Medische beeldvorming.” Maar het is nog niet zover. Bangma: ,,Als er een uitstapje is van de Friese eindexamenkandidaten dat te maken heeft met cultuur, dan wordt Lysanne nog steeds uitgenodigd!”
Auteur en fotografie: Gerbrich van der Meer